Het theelepelvrouwtje

In een klein dorpje aan de Middellandse sneeuw sneeuwt het. Kleine sneeuwvlokjes dwarrelen naar beneden en maken dansjes met de grond. ‘Dit is in een jaar nog nooit gebeurd, zou de moeder van Vlinder de volgende ochtend zeggen, het weer is helemaal in de war Vlinder.’

Het is dat Vlinder de slaap moeilijk kan bevatten die nacht, anders had ze het spannende spel gemist.
Ze gaat rechtop in haar bedje zitten, doet haar pantoffels aan en loopt naar het raam. Ze grist de gordijnen open en drukt haar neus tegen het raam. Ze is dan misschien pas tien jaar maar ze begrijpt al direct dat dit eigenlijk niet klopt. Zeker niet omdat ze gisterenavond nog een lange strandwandeling hadden gemaakt. Ze weet nog wel dat ze het koud had gehad die avond en dat haar moeder een beetje gemopperd had maar dat het nu sneeuwde vond ze reuze raar.

Dan loopt ze stilletjes naar de slaapkamer van haar ouders en opent de deur op een kiertje. Ja, ze slapen diep, dat ziet ze zo want ze zijn flink aan het snurken. Mooi zo, denkt Vlinder en loopt terug naar haar slaapkamer waar ze haar nachtjapon uitdoet en in haar spijkerbroek schiet. Geen moonboots te vinden natuurlijk, die had haar moeder niet ingepakt. Maar wel regenlaarzen en die zijn nu super handig. Ze trekt haar lievelingsvest, een groene met Mickey Mouse erop, aan en loopt naar beneden. Geruisloos trekt ze haar jas aan en probeert de buitendeur van het slot te krijgen. Ze is misschien maar tien jaar maar weet heel goed hoe papa dat altijd doet als hij de deur ’s avonds op slot doet. Papa! Konden ze nou maar samen gaan spelen in de sneeuw. Had ze maar een slee of schaatsen meegenomen.

Voorzichtig opent ze deur en moet even wennen aan de donkere heldere hemel. Dan stapt ze naar buiten. De grond is vrij glibberig en er ligt niet echt een diepe laag sneeuw, wat haar geruststelt omdat die slee dan ook niet hoeft. Dan ziet ze in de verte een gestalte. Een silhouet van een kleine vrouw. Wat zou zij op dit uur nog op straat doen? Langzaam loopt ze naar haar toe. De vrouw heeft een bezem in haar handen. Ze draagt een bruine sluier en een lange zwarte jurk.

‘Bonjour’, zegt de vrouw. ‘Bonjour,’ antwoordt Vlinder en dan ‘spreekt u soms ook Nederlands?’
De vrouw lijkt erg blij. ‘Kom je uit Nederland, wat leuk! Mijn zoon weet je woont in Amsterdam.’
‘In Turkije ook sneeuwen’ gaat ze verder.
‘Is dat zo?’ antwoordt Vlinder. ‘En waar ligt dat Turkije.’ De vrouw begint te lachen.
‘Hoe oud ben jij lieve meid?’
‘Ik ben al tien jaar.’ antwoordt Vlinder trots. ‘En u?’
De vrouw legt haar bezem neer. ‘Ik al oud weet je? En meisje wat is jouw naam?’ Vlinder plukt aan haar jas. ‘Vlinder,’ antwoordt ze zacht.
‘Vlinder? Wat een mooie naam. Aangenaam mooie meisje en wat Vlinder doe zo laat in de avond?’
‘In mijn klas zit een meisje dat Selda heet en ze praat een beetje als u, kent u haar soms?’

Fatima wrijft over haar hoofd. ‘Ik denk van niet maar wij zijn allemaal vrienden dus zeg je hallo tegen haar van mij?’
‘Bent u hier ook op vakantie?’ vraagt Vlinder dan en pakt wat sneeuwvlokjes in haar hand.
Fatima glimlachte. ‘Ik hier werken al zo lang maar Nederland, daar heb ik ook gewoond met mijn kinderen, grote zoon. Mohammed.’
‘En is dat een moeilijke taal die u spreekt?’ Fatima wrijft zachtjes met haar hand over het hoofd van Vlinder. ‘Iy ¡ günler Vlinder, dat wil zeggen ‘goedendag Vlinder, niet makkelijk hè? Maar Nederlands is een moeilijke taal voor ons. Ik naar school gegaan in Amsterdam. Heb jij trouwens broertjes en zusjes?’ Vlinder kijkt naar de grond. ‘Mijn vader wilde een hond en mijn moeder een cavia,’ zegt ze snel en nu heb ik een cavia, weet u wat dat is een cavia?’ Fatima knikt. ‘Het is heus niet erg hoor, dat heeft papa me zelf gezegd maar balen is het wel.’ Fatima knikt. ‘Ik al grote kinderen en kleinkinderen ook, geen foto’s bij me nu.’ ‘En waar zijn je ouders nu?’ Vlinder kijkt naar de grond. ‘Oh die slapen nu, ik denk dat ik beter terug kan gaan, denkt u ook niet?’
‘Kind je krijgt het anders veel te koud. Dan ga ik je een zinnetje in het Turks leren, vind je dat leuk?’
Dat vindt ze zeker.
Lieve Vlinder  zeg  met mij ‘Ağac yas iken eğilir’. Een jonge boom heeft groene bladeren.
‘Zullen we dat samen herhalen?’

Vlinder herhaalt de woorden van de vrouw. Ze kan goed onthouden dus als ze straks thuis is zal ze het opschrijven. Fatima loopt naar Vlinder toe en geeft haar een zoen op haar wang. ‘Het ga je goed lieve meisje maar nu moet je naar huis gaan, weet je de weg?’
Vlinder wijst met haar vinger in de verte. ‘We wonen drie huizen verder, het is niet ver.’
‘Ga met Allah,’ fluistert Fatima en pakt haar bezem weer op.
Vlinder doet iets waar ze zich later een beetje voor schaamt. Ze loopt naar de vrouw toe en geeft haar een zoen op haar wang.

Fatima slaat haar armen om haar heen. De stof van haar jurk voelt prettig tegen haar lijfje. ‘Dag mooie meisje, het ga je goed! Ağac yas iken eğilir, weet je het nog?

Langzaam loopt Vlinder naar huis. Er vallen geen sneeuwvlokjes meer. Ze steekt de sleutel in het slot en loopt geruisloos naar binnen. Het is pikkedonker. Ze loopt naar boven en doet haar kleren uit.
! Ağac yas iken eğilir, ja ze wist het nog, ze hoeft het niet eens op te schrijven. Nu spreekt ze zelfs een beetje Turks. Zou Selda dit ook weten? Opeens mist ze haar vriendinnetjes van school. Maar het is heus niet erg. Papa heeft het zelf gezegd. En morgen gaan ze naar haar lievelingspretpark en daar zijn echte paarden. Ze had Fatima best nog wat willen vragen maar dat had ze niet zo goed gedurfd.

Een jonge boom heeft groene bladeren. Ze zou het aan papa vragen want die wist echt wel alles.
En ze is dan misschien maar tien maar ze had heus wel gezien dat Fatima soms wat zorgelijk kon kijken. Dit bedenkt ze allemaal als ze de sleutel zachtjes in het slot steekt en muisstil het huis inloopt. Opeens was ze echt wel heel er moe. Zou Fatima nu ook in haar bedje liggen? Nu heeft ze een geheim. Ze heeft een nieuwe vriendin. En ze houdt van geheimen.

Op haar slaapkamer uit het raam ziet ze dat er geen sneeuwvlokjes meer op de koude vloer dwarrelen, haar moeder zou tevreden zijn. Even kan ze de slaap niet vatten. Ze mist Selda en haar cavia Sprankie. En wat ze verder mist weet ze niet. Voelt ze soms een traan? ‘Kom op Vlinder je bent al tien,’ helpt even niet. En dat ze morgen Borus, het paard zal zien nog minder. Zou ze soms … nee ze kan het echt, papa slaapt en mama ook, het is goed zo. Fatima heeft het zelf gezegd. ‘Komt goed!’

En dan begint het weer te sneeuwen en valt de stilte in het hele huis. Misschien toch een slee morgen? Of is ze daar eigenlijk te oud voor? Al die vragen bezorgen haar vaak moeilijke nachten.
‘Doe je  boek dicht’ zegt haar moeder soms. En dan gebeurt het gewoon vanzelf. Haar ogen worden zwaarder en even later is er geen enkel geluid meer te horen dan van een Turkse vrouw die met voorzichtige pasjes sneeuw aan het ruimen is.

En dat later zelfs ook niet meer…

Deel dit met anderen!

Facebooktwittergoogle_pluslinkedin

2 reacties op “Het theelepelvrouwtje”

  1. Rob Alberts schreef:

    Een prachtig verhaal!
    Vandaag schreef ik over het planten van een jonge walnotenboom met Niek van Diepen.
    Als ik hem zie vertel ik hem: Ağac yas iken eğilir.

    Een jonge boom heeft groene bladeren.

    Zomerse groet,

  2. ingrid schreef:

    dank je wel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Volg
  • Volg Het geheim

    Facebook